Inhoud
Proloog: Benting zit veilig en wel in de trein, totdat een zwarte
ongure man
zich aan hem opdringt met zijn naam, Edward Lava, en zijn blikken.
Plotseling neemt
deze een oog uit zijn hoofd. Het oog blijft naar Benting kijken. Lava stapt
uit en laat het
oog achter. Het oog valt. Bentig valt ook.
1. Door een onbegrijpelijke onvoorzichtigheid is in het studiecentrum
voor kernsplitsing het gevaar in de kernreactor naar buiten getreden.
Drie mannen, Martin Molenaar, Alfred Benting en Harry Dupont, zijn
radioaktief besmet. Water, zeep, zalven en chemische produkten hebben
de radioaktieviteit niet doen dalen en ze zijn naar een speciale
afdeling van het academisch ziekenhuis overgebracht. De zieken leven
in een vreemde, afgesloten wereld. Ze mogen geen bezoek ontvangen. De
verpleegsters zijn geheel gekleed met isolerende pakken.
Voor Dupont is de gedwongen gevangenschap een kwelling. Benting neemt
de zaken berustender op. Er zullen altijd en overal slachtoffers zijn,
denkt hij. Ook dit nieuwe gevaar zal voortaan buit opeisen.
Ze zijn opeens ineressante medische objecten geworden. De professoren
weten niet wat zal helpen en proberen alle mogelijke spullen uit.
Martin is er het ergste aan toe, zijn huid zit vol blaren, die tot
verrotting overgaan. Hij moet vreselijk overgeven en lijdt aan
onmenselijke diaree. Dupont begint zijn haren te verliezen. Martin wordt
weer eens onder narcose gebracht en onderzocht. Toch hoort hij de
professor zeggen dat het aantal witte bloedlichaampjes fataal is
teruggelopen. Hij heeft niet meer dan een dag te leven, de anderen
niet meer dan acht dagen. Dit geeft hij aan Benting en Dupont door.
De volgende dag wordt Martin weggehaald en komt niet meer terug.
2. Dupont wil weg, hij wil niet in afzondering wegrotten, zonder zelf op
enigerlei wijze zijn lot te bepalen. Benting werpt tegen, dat ze zeker
gezocht zullen worden, omdat ze een gevaar beteken voor de bevolking.
Hij vindt het onverantwoordelijk de radioactiviteit verder te verspeiden.
Dupont zegt daarentegen dat ze hun in stilte zullen zoeken, om
geen paniek te zaaien.
Ze hebben nog vier dagen te gaan.
Benting heeft wel bewondering voor de rebellie van Dupont, maar hij
laat zich slechts langzaam overtuigen.
3. 's Avonds, na het eten, gaan ze er vandoor. Ze nemen de lift naar de
kelder en pakken een ziekenwagen die klaar staat om uit te rijden. Ze
rijden bij Dupont langs, die in een flat woont. Via de huistelefoon
vraagt hij zijn vrouw om kleding en geld. Hij gaat niet naar boven.
In het stadspark gaan ze uiteen. Dupont overlijdt in een cafe wanneer
hij zijn hand snijdt aan een glasscherf en dood bloedt omdat er niet
meer genoeg bloedstollende elementen in zijn bloed zaten.
Benting gaat naar zijn oude, onhartelijke tante toe, bij wie hij, toen
hij student was, ook verbleef. Na twee dagen vertrekt hij naar het
station.
Epiloog: Benting voelt zich wegglijden in een vochtige gang. Hij hoort
boven zich de mensen over hem praten. Ze denken dat hij dood is. Er komt een
dokter, die ook de dood constateert. Hij wordt weggebracht. Als
Benting weer wakker wordt, ligt hij op een blauwe steen. Er liggen nog
twee figuren. Een ervan blijkt Lava te zijn.
Zijn hoop vervliegt, hij had de tijd verlaten.
De tijd
Het verhaal kan zich tussen nu en 1960 afspelen, rampen met kernenergie
kwamen voor
en kunnen nog altijd voorkomen. De juist tijd kun je niet uit het boek
opmaken.
De plaats
Het verhaal speelt zich grotendeels af in het Academisch ziekenhuis.
De personen
De hoofdpersonen zijn duidelijk Alfred Benting, Harry Dupont en Martin
Molenaar.
Het boek
De titel wijst niet alleen op het gevaar van radioactiviteit in een
atoomcentrale, maar vooral op het gevaar van de radioactiviteit in de
menselijke relaties en de eenzaamheid van de mens in de moderne samenleving
en zijn vervreemding van de naaste. De situatie van Dupont en
Benting staan voor die van de moderne mens in het algemeen.
Thema
Het gevaar van een atoomcentrale en het gevaar tussen menselijke relaties.