Jaar eerste druk: 1637
Plaats en jaar van uitgifte: Zwolle, 1966
Druk: tweede druk
Titelverklaring
De eigenlijke titel van het boek is: Selsam Trou-geval tusschen een Spaens edelman, ende een heydinne; soo als de selve edelman, ende alle de werelt doen geloofde. Het verhaal gaat over een zigeunerin en een edelman die met elkaar willen trouwen, maar dat niet kunnen door het verschil in stand.
Het uiterlijk van het boek
Omslag: Op de voorkant staat een ets van Rembrandt afgebeeld. Het stellen Pretiose en Maiombe voor die onder een boom staan te praten.
Aantal bladzijden: 78
Opvallende lay-out: De bladzijden zijn allemaal gecentreerd. Om de vijf regels staat aangegeven de hoeveelste regel het is. De gesprekken tussen Philogamus en Sophroniscus zijn ingedeeld in twee kolommen.
Hoofdstukindeling: Nee.
Samenvatting van de inhoud
Het boek begint met een inleidend gesprek tussen Philogamus en Sophroniscus. Sophroniscus moet voor zaken weg en geeft zijn vriend, Philogamus, een verhaal dat hij zelf kort ervoor heeft gelezen. Zo kunnen ze, als Sophroniscus weer terugkomt de vragen bespreken die het verhaal oproept. Dan nemen ze afscheid van elkaar.
Maiombe, hoofd van een troep zigeuners die rond Madrid zwierf, ontvoerde op een dag een meisje van ongeveer twee jaar oud , het meisje was van voorname afkomst. Ze heette Constance maar de zigeuners noemden haar Pretiose. De ouders zochten heel het land door, maar zonder resultaat.
Het meisje groeide op tussen de zigeuners en leerde dansen, zingen en 'vreemde kunsten'. Ze had een positieve invloed op de troep. Omdat ze veel geld verdiende met zingen en spelen ging de troep minder stelen. Ze kon ook handen lezen en aan iemands uiterlijk zien hoe zijn karakter was. Ooit was er een meisje, Giralde, dat ziek werd van verdriet omdat ze niet mocht trouwen met een jongen die minder rijk was dan zij. Geen dokter kon haar genezen, maar Pretiose die door Giraldes moeder was uitgenodigd had al snel door wat er aan de hand was. Toen Giralde met haar geliefde mocht trouwen, was ze genezen. Als dank schonk ze Pretiose honderd pistoletten. Door dit voorval werd Pretiose landelijk bekend.
Er werd een feest gehouden in het park van een slot in de buurt van Madrid. Pretiose viel er op door castagnettenspel en zang. Don Ian, een ridder die tijdens de jacht verdwaald was, raakte bekoord door haar spel. Hij werd verliefd op haar en ging naar haar toe om te vragen of zij het jachtgezelschap had gezien. Na een lang gesprek met Pretiose en Maiombe, bekende hij zijn liefde. Zij wilde hem eerst niet geloven en herinnerde hem aan het sprookje van de vos en de raaf om te laten zien dat ze wist wat vleierij betekende. Daarom gaf hij haar een diamanten ring als bewijs van zijn liefde. Pretiose gaf zich nog niet gewonnen: als hij echt van haar hield moest hij eerst twee jaar lang als zigeuner met de troep meedoen. De ridder voerde een hevige innerlijke strijd, maar de liefde overwon uiteindelijk. Hij zou zich voortaan Andreas noemen, hij kreeg zigeunerkleren, werd in de leefwijze van de troep ingewijd en werd beschermer van Pretiose en mocht later met haar trouwen.
Op een dag was de troep in Murcia. Een schatrijke vrouw, Gohanna, werd verliefd op Andreas, maar hij weigerde op haar huwelijksaanzoek in te gaan. Zij nam wraak en liet kostbare sieraden in zijn reistas stoppen. Daarna beschuldigde ze hem van diefstal. De schout en rakkers vonden de kostbaarheden en Andreas kreeg van een soldaat een klap tegen zijn hoofd. Als reactie stak hij de soldaat neer en werd de hele troep naar Murcia gebracht. Pretiose trok door haar schoonheid de aandacht van Landvoogdes Giomaer. Pretiose deed haar denken aan haar dochtertje Constance dat ongeveer vijftien jaar geleden ontvoerd was. Pretiose smeekte Giomaer om genade voor Andreas. Ook de landvoogd en Maiombe konden hun tranen niet bedwingen toen ze het verdriet van Pretiose zagen. Maiombe haalde toen een doosje tevoorschijn en bekende dat zij vijftien jaar geleden op hemelvaartsdag Pretiose had gestolen. De ouders waren dolgelukkig met de hereniging met hun dochter maar niet met haar liefde voor Andreas, die zij voor een zigeuner zagen. Toen Maiombe zijn afkomst bekend maakte dankte de landvoogd God.
Sophroniscus en Philogamus hebben een lang gesprek over het verhaal. Daarin komen de volgende punten naar voren: de oorsprong van de zigeuners (men dacht toen dat ze uit Beneden-Egypte stamden), de vraag of aan iemands polsslag kunt voelen of iemand verliefd is (volgens de geleerden was dit niet zo), het handlezen (wordt door de twee verboden), de gelaatkunde (zou eventueel kunnen), waarzeggerij (wordt ook verboden) en het huwelijk tussen en christen en een heiden.
Beginsituatie: Het verhaal begint met het moment dat Pretiose als klein meisje door Maiombe wordt ontvoerd.
Eindsituatie: Het verhaal heeft een happy-end. Maiombe bekend dat ze Pretiose heeft gestolen en Pretiose en Andreas gaan trouwen.
Personages
Hoofdpersoon: Pretiose (karakter)
Beschrijving hoofdpersoon: Pretiose is een meisje van voorname afkomst, ze is erg mooi en ze is slim en kunstzinnig. Ze heeft een goede invloed op de troep zigeuners, omdat ze een afkeer heeft van stelen. Na zeventien jaar wordt ze door haar moeder herkend aan een wratje op haar borst en twee aaneengegroeide tenen.
Belangrijke bijpersonages: Maiombe (karakter), Andreas (karakter), Giomaer (type), Giralde (type), Gohanna (type).
Decor
Tijd: de middeleeuwen
Plaats: Madrid Pretiose wordt ontvoerd
Spanje Pretiose groeit op en trekt rond met de troep zigeuners
Slot in de buurt van Madrid Ontmoeting tussen Pretiose en Don Ian
Murcia Andreas wordt opgepakt en Maiombe maakt bekend dat ze Pretiose gestolen heeft
Tijd
Chronologisch: Ja.
Flashbacks: Nee.
Flashforwards: Nee
Tijdverdichting/ directe weergave/ tijdvertraging: de tijd dat Pretiose opgroeit wordt niet erg uitgebreid beschreven. Alleen het voorval dat ze Giralde geneest en als ze Andreas ontmoet. Dan gaat het weer wat sneller totdat Andreas wordt opgepakt.
Perspectief
Vertelsituatie: auctoriale verteller
Thematiek
Thema
Gelijk/ ongelijk huwelijk; tegenstelling arm/rijk
Motieven
De ring als symbool van het huwelijk
ontvoering van een kind
naamsverandering
liefde die standsverschil te boven gaat
Stijl
Het verhaal is geschreven in de tegenwoordige tijd.
De schrijver gebruikt veel zinnen van vier regels. Dit moet
haast wel want alle zinnen zijn in rijm.
Er staan veel ingewikkelde zinnen in het boek.
Er staan veel moeilijke woorden in het boek.
Er staan veel dialogen in het boek.
Er wordt weinig gebruik gemaakt van beeldspraak, met uitzondering van het verhaaltje met de Raaf en de Vos.
Het taalgebruik is natuurlijk ouderwets, er zijn ook moeilijke zinsconstructies doordat het in dichtvorm is geschreven.
Genre en stroming
Genre: roman.
Kenmerken: het is echt een mooi verhaal met een goed einde, je zou het bijna als een sprookje gaan zien.
Stroming: exemplarisch didactisch.
Kenmerken: Het verhaal moet een voorbeeld zijn voor de maatschappij, Cats vind dat een Christen niet met een heiden moet trouwen. Hij wijst een ongelijk huwelijk af.
Achtergrondinformatie schrijver
Geboren in 1577 te Brouwershaven
Eigenlijk beroep: advocaat
Levensloop: Toen Jacob anderhalf jaar oud was overleed zijn moeder. Een paar jaar later hertrouwde zijn vader met Jolente de Grande. Hij werd samen met zijn broertjes en zusje verder opgevoed door zijn oom en tante. Hij ging naar kostschool en later naar de latijnse school. Daarna ging hij in Leiden studeren, eerst Griekse taal en letteren, later Romeins recht. In Orleans promoveerde hij op Romeins recht. Na zijn terugkeer in Holland (1598) werd hij advocaat in Den Haag. In 1602 ging hij naar Engeland om te herstellen van een ziekte, toen dit niet hielp is hij bij zijn broer ingetrokken. In 1603 werd Cats stadsadvocaat in Middelburg. In 1605 trouwde hij met Elisabeth van Valkenburg. Ze kregen zeven kinderen, maar slechts twee dochters bleven in leven. Cats werd in 1607 lid van de hervormde kerk. Vier jaar later sloot hij zijn advocatenpraktijk en ging zijn geluk zoeken in grondspeculaties, landontginningen en inpoldering samen met zijn broer. Ze verdienden een fortuin. Hij kocht een buitenverblijf waar hij zomers verbleef en rond 1615 is hij begonnen met schrijven.